ARCHITECTURE

Just as a bird builds its nest in an appropriate location, so do we as humans tend to seek the best possible living conditions? A person’s place of living or work is primarily defined by its location. This simply implies the physical domain, the neighbourhood, the city, the country and even sometimes, the continent. However, dwellings and offices are generally defined by the way of living in that particular location. Consequently, the way we live, is most influenced by current affairs, which is parallel to the social and economic state of a place.

 

The growing demand of housing due to urbanization and the dwindling of office demand due to globalization is one that leaves many questions unanswered. The challenge to give every being proper shelter and improve quality of living for individuals and households, for example,  is a burden governmental housing organizations are struggling to bear. This challenge is one the project manager and architects of today are posed with.

 

 

2ONDER 1

In de loop van de 19de eeuw kwam er een streven naar
constructieve doelmatigheidfunctionele doelmatigheid,
organisatie van de maatschappelijke activiteiten en verdeling van
ruimtes. Zo stelt Sullivan dat vorm van een bouwwerk niet moet
worden opgelegd maar ontdekt: functie bepaald vorm.
Het ontwerp 2 onder 1 kap is vanuit het concept aan de hand van de
programmatische eisen ontstaan. Het ontwerp van twee
bouwblokken onder een kap is representatief voor de twee
opdrachtgevers met uiteenlopende persoonlijkheden onder een
dak. Het verschil in hun persoonlijkheden wordt constructief
verduidelijkt en vanuit functie benaderd. Er is duidelijk vanuit het
programma ontwerpen en dit is in de plattegronden te zien.
De maximaal te benutten oppervlakte(50m2) is verdeeld onder
twee blokken. De ene is horizontaal georienteerd en de andere
verticaal. Dit is tevens symboliek voor de twee opdrachtgevers. De
ene is stabieler dan de andere. Kenmerkend is dat beide blokken
een Vrije compositie van ruimten hebben. Z hebben beide een Vrije
gevel in abstracte beeldtaal en hebben een orthogonale planopzet.
Dit zijn allemaal kenmerken van het functionalisme. Toch heeft het
ontwerp ook een aantal rationalistische kenmerken.
Het Rationalisme wil net als het functionalisme een universele
vormentaal ontwikkelen, maar zoekt dit niet in de toekomst, maar
vooral in de oorsprong van de architectuur. Het rationalisme zoekt
naar het typische van een bouwopgave. In het ontwerpproces
speelt het idee van typologie een centrale rol. Na het bepalen van
het concept wat ben ik uitgegaan van een type woning en in wat
voor context het komt te staan. Omdat een van de opdrachtgevers
een ingenieur is en graag wilt zien hoe het ontwerp constructief in
mekaar zit ben ik gaan kijken naar woningen in een soortgelijke
context met een vrij logische constructie.
Een voorbeeld is het glasshouse van Philip Johnson. Het is een vrij
moderne ontwerp dat ook onder het functionalisme
gecategoriseerd zou kunnen worden. Efficiente plattegrond, geen
gangen, schuifpuien e en een rationele bouwwijze is kenmerkend.
Door observatie , vergelijking en classificatie van een aantal
bouwerken als het glass house van PCKO Architects en ook
historische bouwwerken als villa savoye ben ik tot mijn ontwerp
gekomen.
Programmatisch gezien is het logisch om het gebouw als een
functionlistische ontwerp te defineren maar proces gezien ben ik als
een rationele architect te werk gegaan. Dit is omdat een Rationele
architect wat pragmatischer en objectiever is en gelooft in
vooruitgang. Hij vindt dat de architect maar in deels verantwoordelijk
is voor maatschappelijke ontwikkelingen die zich vooral voor een
logische constructie van de architectuur en het ontwerpen dient te
zetten. Dit is de reden waarom ik twee verschillende bouwwijzen
gehanteerd heb. In het functionalisme worden voornamelijk
kolommen gehanteerd maar in mijn ontwerp is ook het toepassing
van schijnven bouw zichtbaar.
Op bouwkunde worden we vooral opgeleid om vanuit functie te
ontwerpen. Toch wilt elke architect zijn persoonlijke visie op zijn
ontwerp leggen. Vaak ontwerpen we onbewust expressionistisch.
Bijvoorbeeld een column schuin zetten omdat het qua beeld
dynamisch lijkt en dit beredeneren we dan vanuit een constructieve
standpunt. De posities van de blokken zodanig bepalen dat het
ontwerp ruimtelijker wordt. Dat er ruimte tussen het dak een de
blokken zit beredeneer ik dan vanuit een conceptuele standpunt. ‘
Het benadrukt het feit dat het een overkapping voor de twee
blokken zijn en is een schakel in dat het ontwerp een geheel maakt.’

Zeg ik dan. Dit is waar maar zulke keuzes zijn ontstaan vanuit een
persoonlijke smaak om het ontwerp boeiender te maken.
Nederlandse expressionistische bronwerken laten zich kenmerken
door een virtuoze toepassing van de grafische en plastische
mogelijkheden van de baksteen, een breed scala aan decoratieve
componenten en een fantasierijke vormentaal; maar toch is het
hieruit gebleken dat de vorm van het ontwerp enigzins
expressionistisch bepaald is alhoewel het niet zo oogt.
Zo is bijna te concluderen dat het ontwerp van 2 onder 1 kap
eigenlijk onder invloed van diverse architectuur stromingen tot
stand is gekomen. En dus neigt naar een postmodernistische
ontwerp. Het bouwprogramma speelt in dit geval dan zijdelings een
rol terwijl het representatiesysteem eigenlijk bepalend is.
Postmoderne bouwwerken vallen op door beeldentaal waarin
sporen van andere architectonische werken zichtbaar zijn.
Postmoderne architecten zoeken naar lijnen, breuken en
raakvlakken in opeenvolgende (stilistische) benaderingen.
Dus daar waarbij een expressionistische architect zich niet
wetenschappelijk hoeft te verantwoorden en het alleen om de
overtuigingskracht van zijn vormen gaat Accepteert een
postmodernischtische architect de pluriforme ( veelvuldige)
samenleving en dus het naast elkaar bestaan van verschillende
paradigma’s (= voorbeelden). Hij beargumenteert dat het probleem
van architectuur zit in het manoeuvreren tussen de verschillende
architectonische benaderingen. Je zou kunnen zeggen dat hij een
combinatie maakt van verschillende waarheiden om zijn eigen
waarheid te creren. Een voorbeeld is het Piazza d’italia,een van de
allereerste architectuur ontwerpen dat me fascineerde. Hier
probeerde Moor een combinatie van classieke met modern,
functioneel met expressie te maken. Het eindresultaat is dus een
gebouw dat interessante elementen heeft uit verschillende
stromingen.
Men zou denken dat de 5 verschillende ontwerp benaderingen zoals
opgenomen in het boek 100 jaar Nederlandse architectuur veel van
elkaar afwijken. Uit dit verslag durf ik te concluderen dat het
achterliggende doelstelling bij alle vijf in dezelfde kader staat.
Het traditionalist zoekt aansluiting bij lokale tradities, ambachtelijke
cultuur en de vitaliteit van het alledaagse. Het kost hem echter tijd
en inspanning om het meesterschap dat besloten ligt in de meest
gewone dingen te hervinden. In principe doen de postmodernist en
de rationalist hetzelfde. Het verschil is dat daar waar een
traditiionalist klakeloos overneemt wat er eerder gedaan is een
postmodernist en een rationalist vanuit een toegepaste benadering
aan de slag gaan.
Rationalistische architecten zien het opsporen van een bruikbare
typologie voor een opgave als een beslissende stap en probeert aan
de hand daarvan net als een functionalist een universele
vormentaal ontwikkelen. Een postmodernistische architect doet in
principe hetzelfde maar gaat net als een expressionist aan de slag
bij het toepassing van zijn bevindingen om zijn eigen paragdima te
ontwikkelen. Hij gebruikt dus verschillende visies om zijn eigen visie
te ontwikkelen. Je zou kunnen zeggen dat een functionalist en een
rationalist het architectuur paradigmatisch beschouwen maar in
principe doet een expressionist niet anders. Bij een expressionist is
vormgeving de artistieke uitdrukking van een persoonlijke visie op
dingen en dat is zijn waarheid of ultieme uitgangspunt. Zo is te zien
dat deze 5benaderingen niet ver van elkaar staan. De vraag is echter

wat ze voor de architect van tegenwoordig en dat vn de toekomst
betekenen.

De antwoord hierop is dat de architect van de nu en later
afhankelijk zijn van deze benaderingen om vooruit te kunnen
denken. Als ‘ moderne architecten’ moeten deze 5 benaderingen
onder de knie krijgen om nieuwe benaderingen te kunnen
ontwikkelen die van toepassing zijn voor onze tijd. Het introductie
van duurzaam ontwerpen staat momenteel centraal maar heeft ook
ervoor gezorgd dat deze 5 benaderingen worden verfijnd toegepast.
Er wordt dus vanuit verschillende disciplines ontworpen. Er wordt
niet perse gekozen voor een benadering maar men gaat uit van alle
5 tijdens het ontwerp proces.